Partner aan het woord: Albert Jan Meeuwissen, jurist bij BügelHajema - Berghauser Pont
16 februari 2021

Partner aan het woord: Albert Jan Meeuwissen, jurist bij BügelHajema

BügelHajema is al vele jaren partner van Omgevingsweb. Wat betekent de samenwerking voor hen en hoe denken zij dat het omgevingsdomein zich de komende periode zal ontwikkelen? We spraken erover met Albert Jan Meeuwissen, jurist bij BügelHajema.

 

 

Waarom is BügelHajema partner geworden van Omgevingsweb?

Omgevingsweb is een site is die veel gelezen wordt. Wij schrijven zo nu en dan ook stukken. Daarnaast biedt de samenwerking met  Omgevingsweb de mogelijkheid om als docent mee te werken aancursussen. Zo was ik (5 jaar geleden) vanuit BugelHajema de eerste die als docent optrad, nadat ik als deelnemer aan een cursus in gesprek raakte met Ronald Koppers (programmamanager Berghauser Pont Academy). Een half jaar later draaide de cursus die ik toen heb ontwikkeld: Integratie van regels in het Omgevingsplan. Omgevingsweb sluit aan bij ons vakgebied. Wij verdiepen ons in het nieuwe recht en zijn steeds meer cursussen gaan geven. En dat levert ons naamsbekendheid op.

 

Wat is het meest belangrijke dat Omgevingsweb het afgelopen jaar voor jullie heeft betekend?

Het platform Omgevingsweb biedt exposure, maar we halen er ook onze informatie vandaan. Daar waar we eerst andere (ook nog papieren) bronnen raadpleegden, is Omgevingsweb een belangrijke plek voor ons geworden. Het is ook interessant om te lezen wat collegaexperts uit het vakgebied hebben geschreven?

 

Een nieuwe ontwikkeling voor ons is het maken van een E-cursus over het Omgevingsplan. Een zelfstudiemodule, die bestaat uit een afwisseling van tekst, webcolleges en infographics. Dat betekent een nieuwe manier van cursus geven. Wat wennen is, maar het eindresultaat mag er zijn. Het brengt ook nieuwe ontwikkelingen teweeg, zo zijn we bezig met de ontwikkeling van een praktijkdag aanvullend op de E-cursus. Nieuwe vormen die ontstaan in deze tijden.

 

Hoe zie jij het Omgevingsdomein zich ontwikkelen?

We hebben op dit moment te maken met grote veranderingen in ons vakgebied. De Omgevingswet probeert de integratie en inzichtelijkheid van beleid binnen het fysiek domein te vergroten.  Dat lukt maar mondjesmaat en vraagt veel investeringen met name van gemeenten. Er moet nog veel gebeuren om echte verandering te weeg te brengen. Dat begint natuurlijk met het nut daarvan bij iedereen goed voor ogen te krijgen.

 

Het instrument programma’s krijgt onder de Omgevingswet steeds meer aandacht. En inhoudelijk is het aspect gezondheid een steeds grotere rol gaat spelen in ons vakgebied. Daardoor zie je dat bijvoorbeeld de GGD’s steeds vaker bij planvorming aan tafel schuiven. Covid-19 speelt nu natuurlijk, maar ook andere ziekteverspreiders, waar steeds meer onderzoek voor beschikbaar komt, vragen steeds meer van de overheid. Neem bijvoorbeeld longonsteking in de buurt van veehouderijen (met name geitenhouderijen) maar ook de gezondheidsrisico’s van andere industriële stoffen. Als uit onderzoek wel blijkt dat er mogelijk verhoogde risico’s zouden zijn maar er toch onzekerheid daarover blijft bestaan en er vanuit het rijk geen kwantitatieve normen (omgevingswaarden) zijn bepaald, is het aan lagere overheden (zoals provincies en gemeenten) om zelf voorzorgsmaatregelen te nemen en wel grenzen te stellen. Dat gaat natuurlijk gepaard met veel reuring.

 

Wat zie je als het belangrijkste aandachtspunt in het Omgevingsdomein voor de komende tijd?

De voorbereiding voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal dit jaar veel van gemeenten vragen en wordt t.a.v. sommige aspecten zoals het DSO nog problematisch. Het is de vraag of gemeenten er 1 januari 2022 klaar voor zijn. Inmiddels wordt echter het overgangsrecht al ruim geïnterpreteerd en zullen gemeenten zich op een pragmatische wijze wel redden, maar of het omgevingsrecht er in de komende tijd inzichtelijker op wordt (wat wel een doelstelling is), dat is de vraag. Op termijn zal het wel goed komen maar er is in ieder geval nog heel veel werk aan de winkel.

 

Wat is jullie aanpak op het gebied van cursussen, naar aanloop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet?

Waar wij ons de komende de tijd op focussen is de ondersteuning van overheden voor het komend jaar, zoals hierboven genoemd.  Wat de cursussen betreft  richten wij ons op kennisverbreding ten aanzien van de inhoud van regelgeving, zoals de Bruidsschat en de vereisten die gelden ten aanzien van het opstellen van een nieuw omgevingsplan of de juiste voorbereiding van een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit. Het gaat nu steeds om meer verdieping. Voor gemeenten en andere ondersteuningsdiensten is het zaak om de inhoud van de wetgeving onder de knie te krijgen. Daar focussen wij dan ook op bij het geven van cursussen. Het liefst doen we dat praktijkgericht, dus het liefst aan de hand van voorbeelden of casus(sen). Dat hebben we ook zoveel mogelijk toegepast bij het ontwikkelen van de e-cursus Omgevingsplan.

 

Wat wij als bureau ook expliciet doen, is het ontwikkeling van een spelvormen rondom omgevingswet-thema’s en -doelstellingen. In een spelvorm beklijft de stof beter, omdat je spelenderwijs met de verschillende aspecten van de Omgevingswet aan de slag gaat.